Biobased bouwen vraagt om een volwassen kijk op brandveiligheid
Biobased bouwen is volop in ontwikkeling. Hout, vlas, houtvezel, hennep en andere biobased materialen krijgen een steeds belangrijkere plaats in de bouw. Dat is een ontwikkeling die ik vanuit Faay van harte toejuich. Tegelijkertijd hoor ik in gesprekken met architecten, adviseurs en opdrachtgevers regelmatig dezelfde vraag terugkomen: hoe zit het met de brandveiligheid van biobased materialen?
Die vraag is terecht. Maar het antwoord begint wat mij betreft niet bij de vraag of een materiaal ‘biobased’ is. Het begint bij het daadwerkelijke brandgedrag van het materiaal, de constructie waarin het wordt toegepast en de manier waarop verschillende onderdelen op elkaar aansluiten.
Want je moet er niet aan denken dat er brand uitbreekt in het gebouw waar je woont of werkt. Financiële schade kan misschien door een verzekering worden gedekt, maar persoonlijke bezittingen, herinneringen en vooral een mensenleven zijn niet te vervangen. Brandveiligheid verdient daarom aandacht vanaf het allereerste ontwerp.
Niet denken in vooroordelen, maar in brandgedrag
Bij brandveilig bouwen is het belangrijk om verder te kijken dan het uiterlijk of de grondstof van een product.
Een materiaal dat van hout, vlas of een andere natuurlijke grondstof is gemaakt, is niet automatisch brandonveilig. Omgekeerd betekent een minerale of synthetische samenstelling ook niet automatisch dat een constructie in alle omstandigheden brandveilig is.
Het gaat om het gedrag van het materiaal en uiteindelijk om de prestaties van de complete constructie. Hoe ontwikkelt een brand zich? Hoe snel verspreidt vuur zich? Hoe lang blijft een wand of vloer zijn functie behouden? Wanneer ontstaan rook en warmte? En wat gebeurt er bij aansluitingen, doorvoeren en details?
Dat zijn de vragen waar je als architect of adviseur naar moet kijken.

Vlas gedraagt zich anders dan je misschien verwacht
Dat geldt bijvoorbeeld voor onze wanden. Wie voor het eerst een FAAY-wand ziet, kan denken dat de vlasvezelplaat in de kern zich bij brand ongeveer hetzelfde gedraagt als spaanplaat. Dat is echter een verkeerde aanname.
Vlas heeft een ander brandgedrag. Bij verhitting ontstaat verkoling. De gevormde koollaag werkt als een beschermende laag en vertraagt verdere aantasting van het materiaal. Dat betekent uiteraard niet dat een vlasproduct ‘niet kan branden’. Geen enkel materiaal moet je op die manier benaderen. De relevante vraag is: hoe gedraagt het product zich tijdens een brand en hoe lang blijft de constructie functioneren?
Bij onze wanden zien we dat de combinatie van de vlasvezelplaat in de kern en de gipsplaat aan de buitenzijde ervoor zorgt dat de constructie gedurende langere tijd haar functie kan behouden. Uiteindelijk zal ook deze constructie bezwijken, maar het moment waarop dat gebeurt is precies wat bij brandveiligheid van belang is.

Brandveiligheid moet je aantonen
Als fabrikant vind ik dat we daar niet alleen iets over moeten zeggen, maar het ook moeten aantonen.
Daarom hebben we bij Faay veel geïnvesteerd in brandonderzoek en grootschalige brandproeven bij Efectis. Niet omdat we willen bewijzen dat biobased bouwen geen aandachtspunt heeft, maar juist omdat we vinden dat je die aandacht serieus moet nemen.
Inmiddels is 99,9 procent van ons productaanbod gecertificeerd volgens EN 1364-1, waarbij we hebben gekozen voor de aangescherpte versie uit 2015. Die norm stelt onder meer eisen aan de wijze waarop tijdens de brandproef wordt gemeten. Zo wordt gebruikgemaakt van meer thermokoppels en verplaatsingsmeters dan in de eerdere versie.
Voor ons is dat belangrijk. Een certificaat is geen doel op zich. Het geeft architecten, adviseurs en opdrachtgevers de onderbouwing om een product verantwoord in een ontwerp toe te passen.
Kijk naar het hele systeem
Een brandwerende wand is bovendien nooit alleen een plaat of een kernmateriaal. De prestaties van een constructie worden mede bepaald door aansluitingen, bevestigingen, naden, doorvoeren en de aansluiting op andere bouwdelen. Daarom testen we niet alleen het materiaal als los onderdeel, maar kijken we juist naar de complete constructie.
Een goed voorbeeld is de aansluiting van onze wanden op een betonconstructie. Daarover kunnen in de praktijk vragen ontstaan, bijvoorbeeld over de toepassing van brandwerend PUR-schuim. Door dit soort aansluitingen mee te nemen in brandproeven, kunnen we niet alleen zeggen dat een detail ‘waarschijnlijk’ goed werkt, maar beschikken we over testresultaten die de toepassing onderbouwen.
Dat is wat mij betreft de manier waarop we met brandveiligheid moeten omgaan: niet op basis van aannames, maar op basis van aantoonbare prestaties.

Biobased bouwen vraagt om kennis
De opmars van biobased bouwen brengt nieuwe materialen, nieuwe producten en soms ook nieuwe constructieprincipes met zich mee. Dat vraagt van de hele bouwkolom dat we onze kennis blijven ontwikkelen.
Voor architecten betekent dit dat je al in de ontwerpfase moet nadenken over brandveiligheid. Voor adviseurs betekent het dat je niet alleen naar de eigenschappen van een afzonderlijk materiaal kijkt, maar naar de prestaties van het gehele bouwsysteem. En voor fabrikanten betekent het dat we onze verantwoordelijkheid moeten nemen door prestaties goed te onderzoeken, te testen en transparant te communiceren.
De standaardeisen voor een gebouw, zijn die wel veilig genoeg?

Mark Faay
Algemeen directeur

